IK HEB HET GEDAAN - P. JAMBERS

13 March 2010, by Midget Ferrara

Het slechtste boek dat ik ooit gelezen heb Alex. Het heet “Ik heb het gedaan”, gaat over Paul Jambers, geschreven door Paul Jambers. Een anoniem familielid dat een enorme hekel aan mij moet hebben, heeft me deze 717 pagina’s dikke pil met kerst geschonken. Ik heb het ernstige vermoeden dat ik de enige ben die het daadwerkelijk gelezen heeft en dat had nooit mogen gebeuren…

Paul Jambers is die dude van het Belgische realityprogramma Jambers, dat je waarschijnlijk kent van de talloze imitaties: “Overdach is Stèn nen olukke bollukkustappèr, maar ’s nachts vèrandèrt hè in nen gepasjoneerd poaldansèr in nen club voor arbèdsoncheschiekte  homo’s.” Iedereen vond dat programma kut, maar we keken allemaal om Jambers uit te lachen om dat domme commentaar met dat stupid accent en natuurlijk om daarin gelijk effe de freaks mee te nemen die hij portretteerde. Het favoriete woord van Jambers is hallucigeen, wat opvallend is omdat hij nog nooit andere harddruggs dan drank heeft gebruikt. Het tweede favoriete woord is getuige, op een gegeven moment staat het honderd keer op een pagina en dan ook nog schuin. Het is sindsdien mijn minst favoriete woord.


Thans heb ik dus het boek met zijn visie op de prestaties die hij op tv-gebied heeft geleverd. Die staat haaks op wat de rest ervan vindt, maar laten we eerst even wat volkomen onzinnige quotes doen, waarbij vooral het tarten der logica, ofwel de pure domheid van deze tv-held naar voren komt:  

Over zijn kleren?
“Soms ging ik in cowboykleren (…) naar de kleuterklas, soms in een marinepak dat toen in de mode was en soms bracht mijn moeder me naar school.”  

Over zijn tante Maria, 40 jaar oud:
“Af en toe knoopte ze ook argeloos haar jurk los, zodat haar onderrok de vorm van haar lichaam beter accentueerde. Dan voelde ik mijn bloed stuwen tot in mijn slapen. Vaak dacht ik op dat moment om iets te ondernemen, maar ik was nauwelijks een halfwassen puber en er was zoveel wat me tegenhield.”  

Over een opleiding:
“Ik liet me inschrijven en ik mislukte. Niet leuk.”  

Over de eerste keer:
“Na wat obligaat en weinig spontaan gewriemel haalde ik het preservatief boven, maakte het met trillende handen open en probeerde het voorzichtig af te rollen en aan te brengen. Maar wat ik wilde en wat zij ook wilde lukte niet.
Die avond gingen we samen bij de Chinees een loempia eten.”  

Mode:
“… ik heb altijd van stijlvolle kleding gehouden.” Later in het boek: “Dat spijkervest van het merk Lee draag ik na 30 jaar nog.”  

Leesplezier:
“In 1968 kocht ik ondermeer de volgende boeken: …” (Een lange lijst met boeken volgt).  

Partnerruil:
“We waren allebei lezers van Vrij Nederland en toen verscheen daarin iedere week een contactrubriek met advertenties van koppels die op zoek waren naar gelijkgestemde koppels met het oog op partnerruil. Het is er ei zo na van gekomen. Ik heb de man nooit meer teruggezien.”  

Deze citaten zijn te vinden vòòr bladzijde 122, kun je nagaan hoeveel crap je vindt als je de hele shit leest. Maar we weten nu in ieder geval dat Paul Jambers bij een partnerruil de verkeerde persoon ruilt/ontvangt, altijd van stijlvolle kleding zal blijven houden, welke boeken hij in ’68 heeft gekocht (hij zegt niet dat hij ze gelezen heeft) en dat hij zijn eetlust niet verliest na een impotente avond. Daarnaast is zo ongeveer elke ruimte waar Jambers verbleef, tot in het kleinste detail beschreven, ‘lekker belangrijk’ is blijkbaar geen Belgische uitdrukking.  

Jambers kickt enorm op zichzelf, hij schetst een beeld van zichzelf alsof hij een artistieke filmmaker is. Duidt collega’s met wie hij samen een programma maakte aan als ‘& co.’ Naarmate je verder komt, verandert hij van dom naar onsympathiek. Zo vertelt Paultje schaamteloos hoe hij het appartement van een pas overleden buurman binnensluipt en de correspondentie die de man had met zijn ex-vrouw steelt.  

Dan breekt de periode aan dat hij documentaires gaat maken. Jambers neukt elk vrouwelijk onderwerp van zijn televisieserie, zo lijkt het. Het maakt hem niet of ze te jong zijn of dat hij zelf gecommiteerd is aan een andere vrouw, hij drukt zijn lul overal in. Paul Jambers heeft het gedaan, jawel, en dat zullen we weten ook. Het lelijke is, zoals zo vaak in het leven, dat veel van de bedpartners van Jambers echt iets in hem zagen en behoorlijk in hem geïnvesteerd hebben. Zonde, hadden ze het boek maar gelezen. Als veertigjarige man duikt hij in bed met 18-jarige vriendinnetjes en hoe lang van stof hij ook is in dat schijtboek van ‘em, hij legt niet uit waarom hij zo graag de pedo uithangt. Jambers maakt zich zelfs schuldig aan de bekende pedoretoriek waarbij hij zichzelf opwerpt als degene die het meisje helpt te ontsnappen aan de benauwende bemoeienis van haar ouders.

Uiteindelijk blijft er niks van deze aan hoogmoedswanen lijdende Belgische Verlinde over; hij geeft geen reet om de mensen die hij in beeld brengt, lijdt aan een schromelijk tekort aan zelfinzicht en drijft steeds verder af in het nihilisme. Maakt onderweg zonder het te merken een hele rij slachtoffers en niemand stopt hem. Ik ben nog niet eens halverwege en hij doet me nou al denken aan mijn ex-zwager die eerst twee kinderen op de wereld zette om er vervolgens achter te komen dat hij toch maar autistisch was en helemaal geen kinderen wilde. Meneertje Jambers is er zo trots op dat hij objectieve repotages maakte, maar daar is wat mij betreft geen kunst aan als je geen enkel gevoel in je bast hebt.

Misschien lees ik het boek ooit uit Lexi Posta, maar alleen als ik weer doodziek thuis lig en echt niks anders kan vinden. In dat geval zal ik me proberen te beperken tot de hilarische qoutes als ik nog een stuk over die idioot schrijf.


THAT IS ...

SOCIAL